| 1. Inleiding, de spelregels |
Een Risk-spel bestaat uit
een wereldkaart,
vijf dobbelstenen, vierenveertig kaarten en een aantal legers voor
iedere
speler. Het aantal spelers wat mee kan doen is minimaal twee en
maximaal
zes. Het spel met twee spelers is echter verschillend van de anderen
omdat
dan een neutraal leger meespeelt. Risk verdeelt de wereldkaart in zes
continenten
en tweeënveertig landen. De landen worden volgens de wetten van
het
toeval onder de spelers verdeeld. Deze plaatsen vervolgens een aantal
legers
(50 - 5*#spelers; # =aantal) op hun landen. Elk land moet bezet worden
met minimaal één en maximaal vier legers. Als dit gedaan
is kan het spel beginnen. Elke speler heeft dan de volgende opties:
Dat betekent dat een speler op minst 3 legers voor de landen krijgt. Pas als hij/zij meer dan 12 landen in bezit heeft komen er legers bij. Echter, als een speler aanvalt krijgt hij/zij geen legers voor het aantal landen wat hij/zij in bezit heeft. Alleen als een speler zijn/haar beurt voorbij laat gaan kan hij/zij legers krijgen voor het aantal landen. Een speler kan altijd legers krijgen voor de continenten die hij/zij bezit. Deze continenten zijn echter niet makkelijk te veroveren. De tegenstanders zullen er alles aan doen om de verovering van een continent tegen te gaan. Een andere manier om legers
te verkrijgen
is het inleveren van een geldige combinatie van kaarten (zie tabel). De
enige manier om deze kaarten te verkrijgen is aanvallen en tenminste
één
land in een beurt veroveren. In dat geval de speler één
kaart
van het stapeltje pakken en zonder het aan anderen te laten zien gedekt
op tafel leggen. Het is makkelijk na te gaan dat een speler met vijf
kaarten
altijd een combinatie kan maken. Deze moeten bij de volgende beurt
ingeleverd
worden.
Een joker kan, naar keuze,
tellen
als een cavalerist, infanterist of Artillerist.
Een aanval vindt plaats door de aankondiging van een speler dat hij/zij vanuit een eigen land een aangrenzend land aanvalt. De aanvalsdobbelstenen worden gegooid en de aanval is begonnen. De speler mag slechts één dobbelsteen gooien als hij/zij twee legers heeft, twee dobbelstenen bij drie legers, en drie dobbelstenen bij vier legers of meer. De verdediger (diegene die aangevallen wordt) mag met één dobbelsteen werpen als hij/zij één leger heeft en met twee wanneer hij/zij twee of meer legers heeft. Wanneer aanvaller en verdediger gegooid hebben worden de uitkomsten van de hoogste worpen met elkaar vergeleken. Als de hoogste dobbelsteenwaarde van de aanvaller kleiner of gelijk is aan de hoogste dobbelsteenwaarde van de verdediger dan verliest de aanvaller één leger. Zo niet, dan verliest de verdediger één leger. Dezelfde regel geldt als de op één na hoogste dobbelsteenwaarden met elkaar vergeleken worden. Voorbeeld:
De aanvallen kunnen herhaald worden totdat de aanvaller nog maar één leger over heeft of de verdediger geen enkel leger meer heeft. In dat laatste geval is het land veroverd en kunnen de legers uit het aanvallende land het veroverde land binnentrekken en bezetten. Het spel is uit als
één
van de spelers aan zijn opdracht voldaan heeft. In principe zijn er
drie
soorten opdrachten:
|
![]() |
|