| 2. De aanval, een klassieke statistische analyse | ![]() |
We beginnen onze analyse
met een
enkele aanval van het ene land op een ander. Wat de dobbelstenen
betreft
zijn er zes gevallen te onderscheiden:
We beginnen met de
aanvaller. De
volgende tabel laat alle mogelijke combinaties zien als de aanvaller
met
drie dobbelstenen gooit. Het totale aantal combinaties is natuurlijk
216.
Waarbij H de 'hoogste dobbelsteenwaarde' is en E de 'één na hoogste dobbelsteenwaarde'. We zullen de uitkomst van een worp dan ook noteren als (H,E) of als (H,E,X) waarbij H>=E>=X. Dan volgt nu de tabel van
combinaties
als de aanvaller met twee dobbelstenen gooit. Deze tabel oogt
aanzienlijk
eenvoudiger.
Het totaal van de cellen is gelijk aan 36.. De kansverdeling van de aanvaller per worp kan dus makkelijk worden uitgerekend als men het aantal gegooide dobbelstenen weet. We gaan nu kijken naar de verdediger. De verdediger ziet de worp van de aanvaller als gegeven. Het is informatie die hij/zij kan gebruiken om de juiste strategie te formuleren. De verdediger zou bijvoorbeeld kunnen zeggen "Als de aanvaller (6,6) gooit gooi ik met één dobbelsteen, in alle andere gevallen met twee.". Zodoende minimaliseert de verdediger de kans dat hij/zij een leger extra verliest wanneer de aanvaller (6,6) gooit. De formulering van dit soort strategieën vormt de kern van dit artikel. Voorlopig nemen we echter aan dat de verdediger altijd met twee dobbelstenen gooit. Het aantal mogelijkheden
voor de
verdediger om twee legers te verliezen bij een gegeven worp (H,E) van
de
verdediger.
Het aantal mogelijkheden
voor de
verdediger om één leger te verliezen bij een gegeven worp
(H,E) van de verdediger.
Het aantal mogelijkheden
voor de
verdediger om geen leger te verliezen bij een gegeven worp (H,E) van de
verdediger.
Het combineren van deze
tabellen
leidt tot de volgende nieuwe tabel.
Waarbij elke cel de
volgende informatie
bevat
x = de kans dat verdediger geen legers verliest (*) y = de kans dat de verdediger één leger verliest (*) z = de kans dat de verdediger twee legers verliest (*) V = Verwachte verlies van de verdediger (*) * = als functie van de worp van de aanvaller We kunnen nu beginnen met het formuleren van de dobbelstrategieën. Met deze tabel in het achterhoofd kan de verdediger zijn/haar verwachte verliezen minimaliseren door niet met twee dobbelstenen te gooien op worpen die hij/zij gevaarlijk acht. De meest gevaarlijke worp is natuurlijk (6,6), dan (6,5) en zo verder. In uitbreiding op het artikel van Siebrand onderscheid ik 11 strategieën. De verdediger werpt in principe met twee dobbelstenen tenzij de hoogste twee dobbelstenen van de aanvaller gelijk zijn aan:
vv1: verlies verdediger als de verdediger met één dobbelsteen gooit. vv2: verlies verdediger als de verdediger met twee dobbelstenen gooit. vvt: verlies verdediger ongeacht het aantal dobbelstenen. vat: verlies aanvaller ongeacht het aantal dobbelstenen. E{vvt|S): verwachte waarde van het verlies bij strategie S. E{vat|S): verwachte waarde van het verlies bij strategie S. Pr{vvi=a|S}: kans dat het verdedigersverlies gelijk is aan a als de verdediger met i (1 of 2) dobbelstenen gooit onder voorwaarde dat de verdediger strategie S hanteert. Er geldt nu: E{vvt|S} = Pr{vv1=1|S} + Pr{vv2=1|S} + 2*Pr{vv2=2|S} E{vat|S} = Pr{vv1=0|S} + Pr{vv2=1|S} + 2*Pr{vv2=0|S} In de tabel is het
netto-verlies
van de verdediger gedefinieerd als het verschil tussen het verwachte
verlies
van de verdediger en de aanvaller. Dit netto-verlies ligt voor elke
strategie
rond de nul als de aanvaller met drie dobbelstenen gooit. Dit betekent
dat welke strategie ook gekozen wordt de aanvaller ongeveer evenveel
verliest
als de verdediger. We zullen dit feit later gebruiken om een nuttige
vuistregel
voor de aanvaller te formuleren. Gooit de aanvaller met twee
dobbelstenen
dan is het netto-verlies voor de aanvaller ongeveer een half leger. Het
is dus niet verstandig om als aanvaller met twee dobbelstenen te gooien
als de verdediger dat ook kan. De standaardafwijking van het verlies
voor
de aanvaller is min of meer constant. Het aantal dobbelstenen heeft er
zelfs weinig invloed op het blijft schommelen rond de 0.80. De
standaardafwijking
van de verdediger wordt daarentegen steeds kleiner. Hoe voorzichtiger
de
verdediger speelt, hoe kleiner de standaardafwijking van zijn verlies.
Merk overigens op dat de standaardafwijkingen relatief groot zijn ten
opzichte
van de verwachte waarden. Dit betekent dat Risk zijn naam eer aan doet.
Statistisch bezien valt er, onder deze omstandigheden, geen peil op de
uitkomst van een worp te trekken. Daardoor zullen we ons echter niet
laten
ontmoedigen. Het zal mogelijk blijken om via een ander criterium dan
het
minimaliseren van het netto-verlies een optimale strategie te kiezen.
Dat
ligt anders als we geval 2,4 en 6 beschouwen. De verdediger heeft nu
maar
één leger tot zijn beschikking en mag dus maar met
één
dobbelsteen gooien. Enig rekenwerk leidt dan tot de volgende tabel:
In feite wordt dan het volgende spelletje gespeeld. De aanvaller valt net zo lang aan totdat de verdediger zijn leger verliest. Dit lijkt erg op het idee achter de negatief exponentiële verdeling. Voor alle gevallen geldt dat de kans dat de verdediger het langer dan drie beurten volhoudt onder de 5 procent ligt. Geval 5 is een bijzonder geval. Bijzonder, omdat het in de praktijk nauwelijks voorkomt. Weinig aanvallers zijn zo gek om met één dobbelsteen te gooien als de verdediger het met twee kan doen. Mocht het toch gebeuren en de verdediger gooit met één dobbelsteen (nog onwaarschijnlijker) dan is de situatie gelijk aan die van geval 6. Gooit de verdediger met twee dobbelstenen dan is het verwachte verlies van de aanvaller ongeveer gelijk aan 3/4. Niet aan te bevelen dus. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|