| 4. Het kaartjes trekken |
Nu iets totaal anders. Het
kaartjes
trekken. Risk heeft zoals we eerder opmerkten 44 kaarten met daarop 14
cavaleristen, 14 artilleristen , 14 infanteristen en 2 jokers. De
jokers
kunnen al naar gelang een speler dat leuk vindt voor een cavalerist,
infanterist
of artillerist tellen. Als een speler de juiste kaarten heeft kan
hij/zij
een combinatie inleveren. De spelers trekken de kaarten en leggen ze
gedekt
op tafel. Als iemand vijf kaarten heeft kan, nee moet, hij/zij een
combinatie
inleveren. De enige informatie die een Risk-speler dus heeft over de
kaarten
van zijn tegenstander is dus het aantal dat op tafel ligt. Sommige
spelers
proberen hun kaarten te verbergen om hun tegenspelers zelfs deze
informatie
te ontnemen, maar in principe is dat verboden. De vragen die we ons nu
kunnen stellen zijn:
Val niet aan tenzij je een continent kan veroveren en houden, of door een aanval kan voorkomen dat een tegenstander een continent krijgt. Door alleen aan te vallen als het moet, en een continent te veroveren als het kan verzeker je jezelf van een gestage stroom legers terwijl, hopelijk, je tegenstanders elkaar uitputten. Enig opportunisme gecombineerd met een verdeel en heers politiek is dan ook onontbeerlijk. Maar, wanneer ben je nu
potentieel
in staat om een continent te veroveren? Uit de tabellen blijkt dat je
bij
een aanval er rekening mee moet houden voor elk leger van de
tegenstander
er zelf één te verliezen. Je moet dus minstens evenveel
legers
in het continent hebben als je tegenstanders. Verder moet je rekening
houden
met de legers die in de landen staan die toegang tot het continent (dit
noemen we de periferie van een continent). Deze legers zouden immers je
continent kunnen binnenvallen. Als de legers van jouw zijn is tel je
die
gewoon mee, als ze van een tegenstander zijn trek je ze af. Verder moet
je nog legers hebben om het continent te kunnen bezetten. Hiervoor moet
je twee legers rekenen per land dat aan een ander continent grenst en
één
voor een land dat er niet aan grenst. Verder zou je met een zelf vast
te
stellen veiligheidsopslag rekening kunnen houden. Deze zou bijvoorbeeld
gelijk kunnen zijn aan het verwachte aantal legers dat de tegenstanders
voor hun kaarten krijgen. Zodoende kunnen we een vuistregel opstellen
waarmee
we kunnen beslissen of we al dan niet aanvallen.
We definiëren: Mp = aantal legers van de speler in de periferie Vc = aantal legers van de vijanden in het continent Vp = aantal legers van de vijanden in de periferie G = aantal grenslanden van het continent B = aantal binnenlanden van het continent S = veiligheidsopslag Mc + Mp - Vc - Vp - 2*G - B - S > 0. Voorbeeldje: Zuid-Amerika bestaat uit Brazilië (5 vijandelijke legers), Argentinië (6 vijandelijke legers), Peru (10 eigen legers), en Venezuela (20 eigen legers). Voorts is Brazilië nog verbonden met Noord-Afrika (6 eigen legers) en Venezuela met Midden-Amerika (4 vijandelijke legers). De veiligheidsopslag is 5. Hieruit volgt dat: Mc = 30, Mp = 6, Vc = 11, Vp = 4, G = 2, B = 2 en S = 5. 30 + 6 - 11 -4 - 2*2 - 2 - 5 = 10 > 0. Een aanval is dus mogelijk. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|